De regulator

De overheid is er voor groei, innovatie, welvaart, banen. Maar ook voor sociale zekerheid, betaalbaar wonen, toegang tot zorg, milieu, veiligheid.

Met regels en toezicht begeleiden en sturen overheden de markt. Dat betekent permanent beweging en verandering. Zorgen voor groei én voor publieke belangen.

Een Regulator is een beleidsmaker, regelgever, uitvoerder en toezichthouder in één. Hij werkt op markten, als marktmeester. Hij geeft regels (samen met ministeries, wetgevers), ziet toe op het spelverloop, is arbiter en legt sancties op. Geeft feed back aan samenleving en politiek over de realisatie van doelen van wetten en of die regels werken.

Kenmerk van een regulator is zijn onafhankelijkheid. Onafhankelijk in zijn oordeelsvorming over individuele gevallen. Die moet niet worden gestuurd door politieke wensen. Maar ook niet door nauwe banden van de regulator met zijn achterban.

De regulator is ook onafhankelijk in zijn adviesrol aan ministeries en andere stakeholders over beleid en toezicht. Vanuit kennis over markten, over instellingen en ervaringen met regels adviseert hij over koers, instrumenten en draagvlak.

De regulator is wel een teamspeler met zijn beleidsministerie: hij is er voor om beleidsresultaten te bereiken. Geeft dus ook aan of regels en beleid wel goed werken. Hij houdt de stand van de markt bij, signaleert trends en volgt gedrag van de partijen op de markt, zonder zich daarmee te vereenzelvigen: regulatory capture ligt op de loer.

Ook bekijkt de regulator hoe hij zijn werk kan doen door prikkels te geven aan personen en bedrijven onder zijn toezicht. Niet alleen met de pet, ook met de cap, door te verbinden, wil hij zijn doel bereiken.

In zijn toezichtsrol baseert de regulator zich op feiten en niet op meningen, volgt hij regels van ‘due process’, hanteert principes van evenredigheid, effecitiviteit en maatwerk en vooral: wil problemen oplossen en beleidsresultaten boeken.